Art-O-Pedia 20e eeuw

 

Picabia, Francis

Page history last edited by Wittesaele Xanthippe 2 yrs ago

Inhoudstafel


 


 

Biografie

 

 

 

 

Picabia is geboren op 22 januari 1879 in Parijs, zijn moeder was Frans en zijn vader was een Spanjaard. Op zijn vijftiende zond zijn vader "Une rue aux Martigue", zijn eerste doek, op naar Salon des Artistes Français in Parijs. Het jaar daarna, in 1895 ging hij naar de 'École des Arts Décoratifs' om er te studeren. Hij ontdekte het impressionisme in 1897 van Alfred Sisley. Zijn enthousiasme voor het impressionisme groeide in 1898 enkel nog meer door zijn kennismaking met Camille Pissarro en zijn familie. De volgende 10 jaar zou Picabia zich enkel bezighouden met het impressionisme. Dit was een vruchtbare periode waarin hij het publiek met honderden doeken verleidde. In 1905 stelde hij zijn eerste expositie voor, in de Galerie Haussmann, die meteen een schot in de roos was voor zijn succes.

 

Rond 1908 begon Picabia te twijfelen over het feit of hij wel wou verdergaan met het impressionisme. Hij werd meer gefascineerd door de abstracte kunst, het kubisme en het fauvisme. Zijn ontmoeting met Gabrielle Buffet, een muziekstudente, gaf hem de doorslag om te breken met het impressionisme, en in 1909 zou hij ook met haar trouwen. Samen ontwikkelden ze "pure painting", dit hield in dat de diepe betekenis van kunst lag bij kleuren en vormen en niet bij de weergave van de natuur. En hun "pure painting" verglijkten ze dan weer met muziek, waarin de klanken van de natuur niet geïmiteerd werden, maar dat bestond uit harmonie en ritme. In 1911 ontmoette Picabia Marcel Duchamps en werd actief lid van de avant-garde in de Franse kunst, de 'Puteaux-groep'. In 1912 droeg hij bij tot de organisatie en financiering van de 'Selection d'Or', een belangrijke expositie. Hier benoemde Guillaume Apollinaire, een dichter en kunstcriticus, hem tot één van de artiesten die "pure painting" ofwel Orphisme hebben uitgevonden. In 1913 trok hij met zijn vrouw naar New York om het bijwonen van de Armory Show als woordvoerder van de 'Puteaux-groep'. Hier raakten ze bevriend met Alfred Stieglitz, een Amerikaanse fotograaf. Deze organiseerde in zijn galerij '291' een expositie van Picabia's werk.

 

In de periode van 1913 tot 1915 reisde hij nog enkele malen af naar New York en introduceerde zo de moderne kunst in Amerika. Toen WO1 uitbrak, werd Picabia op missie gezonden naar Cuba. Maar hij negeerde deze missie, om weer samen te gaan werken met Alfred Stieglitz, toen zijn schip New York naderde. In deze periode legde hij zich ook toe op de poëzie en legde hij zich in het schilderen toe op machines. Hij geloofde namelijk dat de machines de stap waren naar de moderne wereld en symbool stonden voor de mens zelf. Met deze stijl had Picabia ook een invloed op Marcel Duchamps nagelaten. Wanneer hij in 1916, een jaar later Marcel Duchamps en zijn vrienden terug ontmoette, raakte hij ook betrokken bij de publicatie van '291', een tijdschrift van de avant-garde. In 1916 richt hij dan ook met Man Ray en Duchamps officiëel het dadaïsme op. In 1917 trok hij terug naar New York, en hier hielp Marcel Duchamps hem voor het verder publiceren van het tijdschrift '291', dat intussen '391' heette. In '391' publiceerde hij dan ook voor het eerst wat hij noemde zijn 'Mechanical Drawings'. In New York deed hij opnieuw met Duchamps mee aan de eerste editie van 'Exposition de Indépendants'.

 

In 1919 trok hij naar Zürig waar hij in contact kwam met de één van de plaatselijke dadaïsten, Tristan Tzara. Toen hij dat zelfde jaar nog terugkeerde naar Parijs volgde Tzara hem daar ook heen. In enkele maanden had de dada-beweging onder leiding van Picabia, Tzara en André Bretond, Parijs niet enkel op artistiek, maar ook op literair en politiek vlak overrompelt. Maar in 1920 zette Picabia zich af van het dadaïsme, hij wou verder gaan dan het dadaïsme, en legde zich toe op het surrealisme. Volgens hem moest kunst 'onesthetisch', 'nutteloos' en 'onmogelijk te rechtvaardigen' zijn. Hierdoor verloor Picabia alle prestige die hij ooit gehad had. Hij werd verweten voor zijn lelijkheid, vulgariteit en smakeloos kleurgebruik door de kunstkritiek.

 

Zijn surrealistische periode was ten einde in 1925 toen hij aan de Côte d'Azur te Mougins ging wonen. Dit surrealisme ging langzaam over in een academische stijl. Kenmerkend voor die stijl waren schilderijen met daarover lijntekeningen. Deze periode duurde ongeveer tot 1933.

In dat jaar ging hij samenwonen met zijn nieuwe liefde, Olga, op zijn jacht te Cannes. 

 

Picabia's schilderijen werden op 12 augustus 1933 openbaar verkocht en ook zijn porceleincollectie werd te koop gesteld.

Picabia erft van zijn oom een appartement in de Rue Danielle Casanova, waardoor Picabia en Olga in 1937 Cannes verlieten. In 1940 huwden Picabia en Olga om wille van de dreigende Duitse troepen zodat Olga een Frans pasport zou bezitten.

 

Vanaf 1941 schilderde Picabia vooral hoofdzakelijk realistische portretten en naakten, wat later kitsch zou worden genoemd. 

 

Op 10 augustus 1944 werd de kust bij Golfe-Juan, waar de jacht gelegen was, gebombardeerd. Picabia belandde in het ziekenhuis en Olga werd gevangen genomen. Een periode van onzekerheid was begonnen.

In januari 1945 vestigden Picabia en Olga zich in het appartement in de Rue Danielle Casanova te Parijs.

 

Vanaf 1945 schilderde Picabia min of meer abstract. Op financieel vlak ging het niet goed met Picabia en Olga.

 

Picabia overleed op 30 november 1953 te Parijs in zijn geboortehuis, namelijk het appartement in de Rue Danielle Casanova 26.

Op 23 september 2002 overleed ook zijn geliefde Olga. Zij had in 1990 Le Comité Picabia opgericht.

 

 


 

Kunstwerken

 


 

Citaten

 

 

  • "Les Dadaïstes ne sont rien, rien, rien, bien certainement, ils n'arriveront à rien, rien, rien. Francis Picabia, qui ne sait rien, rien, rien."

(De Dadaïsten zijn niets, en zullen dus niets bereiken. Francis Picabia weet niets.)

 

  • "Pour se sauver, il n'y a qu'un moyen: sacrifier sa réputation"

(Om zich te redden is er maar één middel: zijn reputatie opofferen.)

 

  • "Tout pour aujourd'hui! Rien pour hier, rien pour demain."

(Alles voor vandaag! Niets voor gisteren, niets voor morgen.)

 

 

  • "L'art est un jeu comme l'amour et le sport."

(Kunst is een spel, net zoals sport en liefde.)

 

  • "La morale et le bon goût sont un vieux ménage, ils ont pour enfants la bêtise et l'ennui."

(de moraal en de goede smaak zijn een oud koppel, ze hebben als kinderen domheid en verveling)

 

  • "Kunst is niet meer dan een farmaceutisch product van imbecielen."

 

 

  • "Pour se sauver, il n'y a qu'un moyen: sacrifier sa réputation."

(Om zich te redden is er maar één middel: zijn reputatie opofferen.)

 

 


 

Bibliografie

 

Internet

 

 

 

Boeken

 

  • De kunst van de 20ste eeuw,1996,Uitgeverij Toth, Bussum. p 365

 


Startpagina Overzicht van de kunstenaars Overzicht van de kunststromingen

 

Comments (0)

You don't have permission to comment on this page.