Art-O-Pedia 20e eeuw

 

Duchamp, Marcel

Page history last edited by Sarah Legein 2 yrs ago

Inhoudstafel

 



Biografie

 

 

 

Paspoort

NaamDuchamp
VoornaamHenri Robert Marcel
Geboortedatum28 juli 1887
GeboorteplaatsBlainville in Noord-Frankrijk
Sterfdatum2 oktober 1968

 

 

Beginjaren

Henri Robert Marcel Duchamp is geboren op 28 juli 1887 in Blainville in Noord-Frankrijk. Hij was de derde zoon van de notaris Justin-Isidore Duchamp en Lucie Nicolle. Hij had drie zussen en twee broers, die ook bekend waren. Raymond was een beeldhouwer en Jacques was een kunstenaar.

Duchamp heeft zichzelf in zijn hele leven niet van zijn kunst onderhouden, alhoewel hij zijn ‘Grote Glasraam’ schonk aan de mensen die hem na zijn eerste aankomst in de VS onderdak verleenden.

 

Marcel Duchamp begon in zijn tienerjaren te schilderen. Van 1897 tot 1904 volgde Marcel les aan het Lycéé Corneille in Rouen en verbleef hij in het pension Ecole Bossuet. In 1904 vertrok hij naar Parijs, waar zijn beide broers woonden. Hij ging naast zijn broer Jacques wonen in Montmartre. In Parijs was hij een leerling aan het Académie Julian, een atelier dat als voorbereiding diende voor de Ecole des Beaux-Arts.

Marcel volgde een opleiding van drukker om de dienstplicht te ontlopen, zo kon hij korter in dienst gaan als beoefenaar van een kunstambacht

In het begin van de 20ste eeuw schilderde Duchamp landschappen in een impressionistische stijl, onder invloed van Cézanne en Seurat. Na zijn militaire dienst in 1906 keerde hij terug naar Parijs en begon hij in de fauvistische stijl met brutale, vloekende kleuren te schilderen.

 

Duchamp stelde enkele werken tentoon in 1909 op de eerste Salon de la Société Normande de Peinture Moderne te Rouen. Hij schilderde tot 1910 hoofdzakelijk portretten en hij maakte illustraties voor de kranten ‘Le Courier Français’ en’Le Rire’. Vanaf 1910 kreeg Duchamp belangstelling voor het kubisme. Hij ontmoette een groot aantal kubisten in het atelier van zijn broers in de Parijse voorstad Puteaux. Men noemde deze groep de Puteaux-groep. Daar discussieerden ze over het kubisme. Deze groep exposeerde gezamenlijk in het Salon des Indépendants en het Salon d’Automne. Maar de groep hield zelf ook aparte tentoonstellingen onder de naam Salon de la Section d’Or. Op het Salon d’Automne ontmoette hij de schilder Francis Picabia. Dit bezoek zorgde voor een hechte vriendschapsband tussen deze twee heren.

In 1911 bezocht Duchamp het atelier van Georges Braque. Door dit bezoek kwam hij tot een kubistische vorm van het futurisme. Enkele van zijn kubistische-futuristische werken zijn:

  • 'Dulcinea' (= Portret van een actice);
  • ‘Trieste jongeman in een trein’;
  • de verschillende versies van Nu descendant un escalier

 

 

Succesvolle jaren

De eerste grote tentoonstelling van futuristische schilderijen werd geopend in de Galerie Bernheim-Jeune, gelegen in Parijs. In 1912 ging hij voor twee maanden naar München, waar hij het schilderij ‘De overgang van de maagd naar de bruid’ maakte. Daar maakte hij ook de eerste schets voor La mariée mise à nu par ses célibataires, même. Hij bezocht de Berlin Secession, waar een zaal was ingericht met werken van jonge Franse schilders.

Na zijn terugkeer in Parijs stuurde hij het werk ‘Naakt, een trap afdalend’ naar het Salon de la Section d’Or, waar het werd geëxposeerd. Duchamp verhuisde naar Parijs en via zijn broers leerde hij Walter Pach, de Amerikaanse kunstcriticus en schilder, kennen.

 

In 1913 vergezelt hij zijn zus Yvonne naar Engeland, waar zij een Engelse cursus in Herne Bay volgde. Omdat zijn schilderijen in Engeland niet verkocht geraakten, werd hij een bibliotheekbeambte in de Bibliothèke Sainte-Geneviève. Duchamp wou stoppen met schilderen en ging studeren voor bibliothecaris aan L’Ecole Nationale des Chartes. De kubistische en abstracte schilderkunst van de toenmalige Parijse avant-garde werd hem te serieus en te esthetisch. Hij reageerde hierop door in 1913 een op een keukenkruk gemonteerd fietswiel als kunstwerk te presenteren. Een ander kunstwerk, dat ook diende voor protest, is de ‘Flessendroger’.

Hij stelde een alledaags voorwerp voor als kunst. Dit werd een Dadaïstische daad genoemd. Hij zorgde tegelijkertijd voor een nieuwe kunstvisie, die zou gecommercialiseerd worden.

In 1915 kregen deze alledaagse voorwerpen de naam Ready-mades. Met dit provoceerde hij de ontwikkelde burgers, maar aan de andere kant zorgde hij er ook voor dat men ging nadenken over de esthetische kwaliteiten van een kunstwerk.

 

In de zomer van 1915 kwam hij aan in New York, na veel smeekbeden van Walter Pach. Door Pach ontmoette hij Louise en Walter Conrad Arensberg, die de belangrijkste verzamelaars van zijn werk waren. In 1913 stelde hij zijn schilderij Nu descendant un escalier tentoon op de Armory Show te New York en daardoor werd hij een beroemdheid in New York. Pach zorgde er ook voor dat er werken van Duchamp op de Third Exhibition of Contemporary Frenc Art tentoongesteld werden.

Hierna richtte hij samen met enkele vrienden de dadaïstische beweging, Society of Independant Artists,op. Duchamp maakte toen ook zelf dadaïstische werken zoals Fontaine. Later leerde hij Katherine Dreier kennen bij de organisatie van de Society of Independent Artists. Zij richtten samen de Société Anonyme op. In 1917 werkte hij ongeveer een half jaar als persoonlijk secretaris van een Franse kapitein. Daarnaast gaf hij ook Franse les om zichzelf te kunnen onderhouden.

 

Na de Eerste wereldoorlog verbleef Duchamp in Buenos Aires, waar hij een tijdje geen kunstwerken maakte en zich toelegde op schaken. In 1919 keerde hij terug naar Parijs en sloot zich aan bij een Franse Dada-groep, die ontstaan was rond de schrijver André Breton.

In zijn aanval op de 'eeuwige' waarden van de westerse beschaving was zijn doelwit de beroemde ‘Mona Lisa’ van Leonardo Da Vinci. Hij gaf haar een snor en een sik. In de marge bracht hij de letters L.H.O.O.O. aan , wat –uitgesproken op zijn zijn Frans- ‘zij is geil’ betekent. Toen keerde hij terug naar New York, waar hij verder werkte aan 'Het grote glasraam'. In 1923 stopte hij met dit werk, hoewel het nog niet voltooid was.

 

 

De laatste veertig jaar in een notendop

De laatste veertig jaar van zijn leven wijdde hij vooral aan schaken. Hij leefde van het inkopen en verkopen van schilderijen. Door de dood van zijn ouders kreeg hij in 1925 een erfenis.

In 1933 ging hij naar New York om de schade aan het ‘Het grote Glasraam’ te bekijken.

In 1936 bezocht Duchamp het echtpaar Arensberg omdat hij ze al zeventien jaar niet had gezien. De familie Arensberg zou meer dan veertig belangrijke werken van Duchamp ondergebracht hebben in het Philadelphia Museum.

In 1946 keert hij terug naar Frankrijk om zijn familie te bezoeken en zijn visum in orde te maken. In 1947 was zijn visum in orde en vertrok hij opnieuw naar New York.

In 1954 had Duchamp vele gezondheidsproblemen. Hij werd enkele keren in het ziekenhuis opgenomen. Na die vele bezoeken aan het ziekenhuis hield hij zich bezig met de inrichting van de Arensbergse collectie in het Philadelphia Museum.

Na vele tegenslagen op het gebied van gezondheid, had Marcel Duchamp ook geluk. Hij trouwde op 16 januari 1954 met Alexina Sattler. Daardoor maakte hij veel openbare optredens en werd in 1955 Amerikaans staatsburger. In 1962 onderging Duchamp een tweede prostaatoperatie.

Op 8 oktober 1963 was de opening van de eerste grote tentoonstelling in het Pasadena Art Museum, onder de naam 'By or of Marcel Duchamp or Rrose Sélavy'. In de eerste zaal hingen zijn allereerste werken, in de tweede hingen er tekeningen en zaken, die met het schaken te maken hadden. In de derde zaal was er plaats overgehouden voor de kubistische werken. In de hoofdzaal vindt men een replica van 'Het grote glasraam', dat afkomstig is van het Zweedse Moderna Museet. Ook de ready-mades zijn daar tentoongesteld. In totaal waren er 114 werken te zien.

 

Na de oorlog zei Duchamp dat hij opgehouden was met het creëren van kunst. Maar in het geheim werkte hij aan ‘Etant donnés: 1. la chute d’eau / 2. le gaz d’éclairage’.

Marcel Duchamp overleed op 2 oktober 1968 aan een hartaanval te Neuilly-Sur-Seine, een voorstad van Parijs. Zijn as werd bijgezet in het familiegraf te Rouen. In 1969 werd ‘Etant Donnés’ in het Philadelphia Museum of Art tentoongesteld.

 


Voornaamste werken


Kunststroming

Marcel Duchamp heeft in al zijn werken zowat alle kunststromingen door elkaar gebruikt, maar dit zijn de belangrijkste die in zijn bekendste werken voorkomen.

Hij zorgde ook voor het ontstaan van een nieuwe kunstvorm namelijk Ready-mades. Een voorwerp, dat uit het dagdagelijkse leven wordt gehaald, wordt bestempeld als kunst. Duchamp is hier de grootste vertegenwoordiger van met zijn kunstwerk Fontaine. Hij stelt de kunst voor als iets waarbij de mensen moeten nadenken en niet iets waarbij ze zomaar voorbijlopen. Dit was het begin van een nieuwe kunst: mentale kunst. De ready-mades hebben de kunst in de twintigste eeuw enorm beïnvloed. Bij ons in België heeft Guillaume Bijl deze nieuwe vorm al gebruikt.

De Ready-mades leunen dicht aan bij het Dadaïsme en ze hebben ook een grote invloed gehad op de ontwikkeling van de Pop-Art.


Bibliografie

 

Internet

http://www.kunstbus.nl/verklaringen/marcel+duchamp.html

http://www.marcelduchamp.net

http://boijmans.cultuurwijs.nl/onderw/ckv2/bio/Duchamp.htm

http://www.cultuurarchief.nl/kunstenaars/duchampmarcel.htm

http://nl.wikipedia.org/wiki/Marcel_Duchamp

 

Boeken

Mink, J., Duchamp, Taschen, 2007, 95 pagina's

Pierre, J., De schilderkunst van het kubisme, Het Spectrum Utrecht, Antwerpen, 1968, 207 pagina's

Cabanne, P., Kubisme, Librero, Kerkdriel, 2002, 205 pagina's

 


Startpagina Overzicht van de kunststromingen Overzicht van de kunstenaars

Comments (0)

You don't have permission to comment on this page.