Inhoudstafel
Deconstructivisme in de architectuur
Het Deconstructivisme is een stroming binnen de architectuur die na het Postmodernisme komt en zeer eigentijds is. De architecten proberen dat ook in hun gebouwen tot uiting te laten komen.
In de jaren '60 werd door de Franse filisoof Jacques Derrida het begrip deconstructie ontwikkeld. Het begrip heeft te maken met de westerse metafysica die je kan blootleggen door het 'deconstrueren' van de logica.
Derrida's ideeën werden in de jaren '70 waargemaakt in de architectuur en designstroming: het Deconstructivisme. Deze kunststroming leunt aan bij het Anti-design, ze gaan allebei in tegen het rationalisme.
Het museum of Modern Art (MoMA) in New York organiseerde in juni 1988 een tentoonstelling 'Deconstructvist Architecture'. Deze tentoonstelling wou aantonen dat deconstructivisme geen nieuwe stijl was, maar dat ze teruggrijpt op het Constructivisme. De expositie toonde voornamelijk niet-gerealiseerde projecten van Frank 0.Gehry, Daniel Libeskind, Rem Koolhaas, Peter Eisenman, Zaha Hadid, Bernard Tschumi en Coop Himmelblau.
In de praktijk is het Deconstructivisme een aantal willekeurig bij elkaar geplaatste vlakken en verwrongen lijnen, die je de indruk geven dat het gebouw elk moment in elkaar zou kunnen storten. De stroming gaat ervan uit dat de maatschappij verwarrend en onzeker is. Het vindt dat de functie van het gebouw de sfeer bepaald. Er worden ook veel ongewone materialen gebruikt.
"De deconstructivistische architectuur houdt geenszins een avant-garde in. Ze legt veeleer het ongebruikelijke bloot dat in het traditionele ligt verscholen. Het is de 'schok van het oude'." (Mark Wigley, conservator MoMA-expositie)
Belangrijke vertegenwoordiger
Deconstructivisme in de beeldhouwkunst
Deconstructivisme in de fotografie
Deconstructivisme in de schilderkunst
Bibliografie
Startpagina Overzicht van de kunststromingen Overzicht van de kunstenaars
Comments (0)
You don't have permission to comment on this page.